Fenomenologische instelling

Een wezenlijk kenmerk van de fenomenologie, zo wordt vaak gezegd, is niet de aandacht voor een wel omschreven thema, maar in de eerste plaats voor een wijsgerige houding. Belangrijker dan het wat, het thema van de fenomenologie, zou het hoe zijn, de wijze van benaderen. Als Husserl de zin moet uitleggen van de fenomenologie, zoals in zijn opstel Philosophie als strenge Wissenschaft uit 1911 of in zijn Freiburger Antrittsvorlesung uit 1916, vraagt hij aandacht voor de phänomenologische Einstellung in haar onderscheid met de natürliche. Terwijl wij zijns inziens in deze laatste, de instelling van het alledaagse leven, naïef gericht zijn op de voorwerpen, is de filosoof in de fenomenologische instelling niet gericht op de voorwerpen zelf, maar op hun Gegebenheitsweisen.
Deze nadruk op het hoe neemt niet weg dat het hoe en het wat, instelling en thema, intrinsiek met elkaar zijn verbonden. Daar geeft al het woord Gegebenheitsweise blijk van. Enerzijds benadrukt dit inderdaad het primaat van het hoe. Wil de filosoof toegang krijgen tot de wijze waarop de dingen zich manifesteren, dan vraagt dat van hem dat hij zich op een bepaalde wijze instelt. Anderzijds is de wijze van gegeven zijn het wat, het thema van de fenomenologie, het fenomeen dat de fenomenoloog ondervraagt. En klaarblijkelijk schrijft dit fenomeen de instelling of de houding voor. Waarmee het zwaartepunt zich verplaatst naar het wat, preciezer, naar het hoe van het wat, de wijzen van het gegeven zijn.
Deze ogenschijnlijk zo eenvoudige vraagstelling heeft een enorme wijsgerige energie vrijgemaakt. Dat is niet alleen gebleken uit de omvang van het werk van haar grondleggers, maar vooral ook uit het onderscheid in aandachtsveld. In de lijn van de traditie beschouwt Husserl de wijzen van het gegeven zijn als bewustzijnswijzen. De instelling die daar fenomenologisch mee overeenstemt, is een reflexieve. Maar zijn de dingen in de alledaagse omgang ons bewust en als voorwerpen gegeven? Dat was een van de vragen waarmee de jonge Heidegger het veld van gegevenheid verplaatste van het bewustzijn naar het leven. Onder fenomenologische instelling verstond hij een Sich-Loslassen in das Leben. De fenomenoloog moet trachten mee te gaan met de wijzen waarop het leven zelf voor zichzelf ontsloten is. Hij moet zich hier aan leren toevertrouwen. Om die reden sprak Heidegger liever van phänomenologische Haltung dan van Einstellung. Bovendien duidde hij deze houding uiteindelijk, met een term uit de middeleeuwse mystiek, aan als Gelassenheit.
Desondanks ligt deze eis al in Husserls fenomenologische instelling besloten. Zich onvoorwaardelijk instellen op het absolute Erlebnis van de wijze van gegeven zijn, wat kan dit in de grond anders betekenen dan de bereidheid zich als filosoof radicaal bloot te stellen aan het leven? Zich als het moet ook terug te laten drijven door het leven?
De geschiedenis van de fenomenologie tot nog toe laat zich schrijven aan de hand van drie trefwoorden: Einstellung, Gegebenheitsweise en Reduktion. Deze geschiedenis is er een van radicale bezinning op het fenomeen van gegevenheid zelf, op de aard en omvang ervan, op illusies, van zuiverheid, onmiddellijkheid, van Heideggers Sein und Zeit tot Henry’s L’essence de la manifestation of Derrida’s La voix et le phénomène. Als zodanig echter is zij tevens een geschiedenis van transformaties in de fenomenologische instelling, samenhangend met zowel aandachtsveld als vraagtekens. De instelling heeft betrekking op het denken. Maar niet alleen dit laatste transformeert. Het fenomenologisch denken blijkt tevens de broedplaats te zijn van een ethos dat, zoals Heidegger dit heeft verwoord, een vrije verhouding zou moeten waarborgen in een wereld die in de greep is geraakt van de eis van onmiddellijke voorstelbaarheid en beschikbaarheid.

Uitnodiging

De vraag aan u als lid van het Gezelschap is of u bereid bent mee te denken over dit thema. Zou u zelf op termijn een bijdrage in de vorm van een artikel willen leveren, meldt u ons dit dan. U kunt uiteraard ook de studiedag afwachten, ten einde ideeën op te doen. Het programma voor 12 juni is als volgt. Voor de ochtend zullen wij een tweetal kenners vragen om uitleg te geven van de fenomenologische instelling in het werk van Husserl en Heidegger. De middag zal zijn gewijd aan discussie over het thema. De leden die zich hebben opgegeven zullen te voren op de hoogte worden gesteld van door de inleiders geselecteerde teksten.

Met vriendelijke groet, namens het bestuur

Gerard Visser