vrijdag 26 maart 2010

Fenomenologie en Psyche

In Leiden is het initiatief genomen tot een nieuw colloquium fenomenologie, genaamd Fenomenologie en Psyche. Er wordt gestart met een lees- en studiegroep, waar de volgende leden van het Gezelschap aan deelnemen: Ysolde van Bentvelsen, Bert van den Bergh, Aucke Douwes Isema, Gerard Visser en Joël Vos. Op maandag 10 mei, van 11.00 tot 13.00, is een eerste bijeenkomst belegd op het Instituut voor Wijsbegeerte in Leiden. Dan zal het eerste hoofdstuk worden besproken van: Alice Holzhey-Kunz, Leiden am Dasein. Die Daseinsanalyse und die Aufgabe einer Hermeneutik psychopathologischer Phänomene. Passagen Verlag 2001. Geïnteresseerden in deze leesgroep wordt verzocht contact op te nemen met Bert van den Bergh (bertvandenbergh@xs4all.nl).


Naar aanleiding van de bespreking van de laatste gelezen tekst, Existenz und Selbstaffektion van Rolf Kühn, komen tijdens de komende bijeenkomst op dinsdag 27 maart (11.00 - 13.00) de paragrafen 45 t/m 53 uit Heideggers Sein und Zeit aan de orde. Wie geïnteresseerd is om deel te nemen aan deze en volgende bijeenkomsten, is van harte welkom. Gaarne contact opnemen met Bert van den Bergh, bertvandenbergh@xs4all.nl

De bijeenkomsten vinden plaats op het Instituut voor Wijsbegeerte in Leiden, Matthias de Vrieshof 4.

dinsdag 9 maart 2010

CFP ‘Fenomenologie en hedendaagse beeldende kunst’, 15 okt 2010, UGent

CFP ‘Fenomenologie en hedendaagse beeldende kunst’, 15 okt 2010, Ugent

I.s.m. de onderzoeksgroep Esthetica van de Ugent en het centrum voor Cultuurfilosofie van de UA heeft het Gezelschap voor Fenomenologische Wijsbegeerte besloten haar Jaarvergadering te wijden aan volgend thema:

Thema

Elke fenomenologische benadering van de beeldende kunsten kan niet om het opmerkelijke feit heen dat men, wanneer men een beeldend werk bekijkt, zich altijd bewust is van het feit dat dit een beeldend werk is. Zelden zal men een figuratief schilderij bijvoorbeeld verwarren met datgene wat het schilderij afbeeldt. Men heeft van meet af aan de intuïtie dat dit schilderij een beeld is van de realiteit en niet de realiteit zelf.

Maar waarop is dit beeld gebaseerd? Hoe is het tot stand kunnen komen? In de fenomenologie zijn hierover verschillende theorieën opgesteld, gaande van eerder epistemologische tot meer ontologische benaderingen. Zo verwijst Husserl in dat verband naar de Phantasie die, ondanks het feit dat ze de natuurlijke waarneming veronderstelt, zelf toch van een andere aard is. Ze plaatst immers de positie of het bestaan van het afgebeelde tussen haakjes. De esthetische ervaring zou zich dan vooral richten op de manier waarop iets verschijnt, eerder dan op wat er verschijnt. Sartres opvatting van het beeld en de verbeelding in L’imaginaire sluit hierbij aan: ook hij begrijpt de beeldperceptie in termen van een specifieke bewustzijnsact.

Een meer ontologische benadering van het beeld vinden we bij Heidegger en Merleau-Ponty. Zij karakteriseren het beeld als een soort van zijnsbegrip, en dus waarheidsgebeuren, dat mogelijk gemaakt wordt vanuit de menselijke participatie aan het zijn.

Het is niet de bedoeling van dit congres om nog eens de verschillende fenomenologische theorieën van het beeld te overlopen. We wilen wel de relevantie van deze theorieën voor de interpretatie van hedendaagse kunst onderzoeken. Wat doen we met Husserls Phantasie en nadruk op de manier van verschijnen nu een groot deel van de hedendaagse kunst kunstreflexief en dus conceptueel is geworden? Wat kunnen de theorieën van Sartre, Merleau-Ponty en Heidegger nog betekenen als een zeer groot deel van de bevolking aangeeft geen aansluiting te kunnen vinden bij de hedendaagse kunst? Wat te doen met noties als eenheid en zin in een tijd dat beeldende kunstenaars zweren bij verscheidenheid, disparaatheid en betekenisloosheid? Vraagt een fenomenologie van het hedendaagse beeld om andere noties zoals bijv. die van het kader (Derrida), van het simulacrum (Baudrillard), van de virtualiteit (Deleuze), van de collectionneur / het archief, etc.?


Praktische info:

Stuur je abstract (max. 500 woorden) en een document met naam, contactgegevens, affiliatie en titel van de paper door naar Judith.Wambacq@UGent.be voor 15 juli 2010. Deelnemers krijgen 25 min. om hun paper te presenteren.

Het congres zal doorgaan op 15 oktober 2010 en zal voorafgegaan worden door een masterclass op 14 oktober.
Keynote sprekers die reeds bevestigd hebben zijn Hans Rainer Sepp (CZE), Gerard Visser (NL) and Renée van de Vall (NL)

Wetenschappelijk comite: Prof. Dr. Arthur Cools (UA), Prof. Dr. Chris Bremmers (Radbouduniversiteit, Nijmegen), Prof. Dr. Bart Vandenabeele (UGent), Dr. Judith Wambacq (UGent)

Organiserend comité: Prof. Dr. Arthur Cools (UA), Dr. Judith Wambacq (UGent), Prof. Dr. Bart Vandenabeele (UGent)