woensdag 26 maart 2008

Cursus over Husserl : HOVO Rotterdam

Cursus Wijsbegeerte
‘Terug naar de zaken zelf!’
Een inleiding in het denken van Edmund Husserl
Dr. Ruud Welten
I
In het jaar 1900 publiceerde een tot dan toe onbekende auteur een
omvangrijk filosofisch werk dat vrijwel onmiddellijk de filosofie op
haar grondvesten deed schudden: de Logische Untersuchungen van
Edmund Husserl. Wie een verhandeling over logica verwacht komt bedrogen uit. De vraag is: hoe zijn de logische structurenverbonden met onze ervaring van de wereld? Wat treffen we aan in het bewustzijn? Tot aan zijn dood in 1937 zou Husserl van zich doen spreken als de grondlegger
van de fenomenologische methode. Het boek verscheen als een noodkreet
in een tijd waarin de westerse wetenschap zich had weggespecialiseerd
uit het menselijk leven. ‘Terug naar de zaken zelf’! klonk de kreet, die verregaande kritische, ja zelfs ethische implicaties heeft.
De filosofie van de twintigste en eenentwintigste eeuw tot nu toe blijft
onbegrijpelijk zonder kennis van het werk van Husserl. Niet alleen is
zijn denken funderend geweest voor dat van Heidegger, Sartre, Levinas
of nieuwe denkrichtingen in de psychologie en sociologie, Husserl blijft
immer actueel, getuige de huidige belangstelling voor zijn denken vanuit
de ‘mindphilosophy’ of het hedendaagse debat over religieuze ervaring.
In vier bijeenkomsten wordt een inleiding geboden in dit fascinerende
denken dat zijn kloppend hart in de dagelijkse ervaring vindt. We volgen
in hoorcolleges Husserls ontwikkeling chronologisch en zullen ook korte
fragmenten uit zijn werk lezen.

Data maandag 7 juli, dinsdag 8 juli, maandag 14 juli en
dinsdag 15 juli 008
Tijd 10.00 - 1.30 uur
Locatie Woudestein

Aantal bijeenkomsten vier bijeenkomsten van twee uur
Maximum aantal deelnemers 30
Literatuur Korte reader
Bijzonderheden Toegang tot internet aanbevolen, passieve kennis van Duits
en Engels aanbevolen.

Cursusnummer Hovo Rotterdam: 731cc

klik voor meer info (Hovo Rotterdam, onder 'Zomeracademie'

Bernward Grünewald VU

Bernward Grünewald (Keulen), houdt op vrijdag 4 april van 15.30-17.00 een lezing aan de VU Amsterdam getiteld "Phänomenologische Elemente der
Geisteswissenschaften",
Faculteit der Wijsbegeerte van de VU Amsterdam (in
zaal 13A-11/13, hoofdgebouw). De lezing zelf duurt tot ongeveer 16.15,
waarna er ruime tijd is voor discussie.

Meer informatie over de spreker en een samenvatting van zijn lezing
zijn nu beschikbaar onderaan dit bericht en op de website van het
facultair colloquium
http://www.surfgroepen.nl/sites/stafq/web/2007-8.html
met onderaan het abstract een print-knop.

Iedereen is van harte welkom. Belangstellenden hoeven zich in principe
niet vooraf aan te melden, maar we zouden het erg op prijs stellen
wanneer u laat weten dat u komt door contact op te nemen met Annemie
Halsema, jm.halsema@ph.vu.nl.



------------------------------------------

bio

Bernward Grünewald studeerde filosofie, germanistiek en theologie in
Bonn en Tübingen. Hij promoveerde in 1973 op Husserls Logische
Untersuchungen en schreef zijn Habilitation over Kants Modaltheorie
und die Grundlagen der Geisteswissenschaften (1982). Hij vervulde
gastprofessoraten aan verschillende universiteiten (Neuchâtel, Bern,
Basel, Leipzig, Jena, Halle en Bonn) en was van 1999-2006 professor
aan de universiteit Keulen.

abstract

"Phänomenologische Elemente der Geisteswissenschaften"

Gezeigt werden soll, dass die Husserlsche Phänomenologie eine Reihe
von begrifflichen und methodischen Grundlagen für eine
transzendentalphilosophisch fundierte Konzeption der sog.
Geisteswissenschaften (Kulturwissenschaften, Sozialwissenschaften)
bereithält. Angesichts der bedeutenden Fortschritte der
Neurowissenschaften entsteht in der gegenwärtigen öffentlichen
Diskussion nicht selten der Eindruck, allein aus deren Forschungen sei
eine wissenschaftliche Antwort auf die Frage zu erwarten, was
eigentlich der menschliche Geist sei. Das ist angesichts der Aufgaben
von Wissenschaften wie der Literaturwissenschaft, der Historie oder
der Soziologie eine Absurdität. Um so wichtiger erscheint mir die
Aufklärung der Grundlagen dieser Wissenschaften.

Die Husserlsche Phänomenologie bietet mit ihren Begriffen der
Intentionalität, des Aktes (Noesis) und des Sinn-Gehalts (Noema), mit
ihrer Analyse der Konstitution, Geltung und der Genesis von
Sinnzusammenhängen und Habitualitäten ein Instrumentarium, um eine
spezifizierte erfahrungstheoretische Grundlage jener Wissenschaften zu
erstellen, die aus vielen Gründen im Anwendungsbereich der klassischen
Tran¬szendentalphilosophie zwar ihrer Materie nach, aber nicht ihrer
wissenschaftlichen Form nach, berücksichtigt werden konnten. Den
Angelpunkt dieser erfahrungstheoretischen Grundlage bildet der Begriff
eines noematischen Systems. Dieses System ist zu verstehen als ein
„Universum des Sinnes", d. h. als System aller möglichen Sinngehalte,
ihrer begrifflichen Beziehungen untereinander und ihrer Beziehung zu
ihren möglichen (zuletzt anschaulichen) Erfüllungen, für die sie als
Regeln dienen. Geistige Prozesse verdanken einem solchen System (in
empirischer Beschränkung) ihre Bestimmtheit und ihre Struktur,
Personen und interpersonale Komplexionen (Gemeinschaften,
Gesellschaften) verdanken ihm die Bestimmtheit ihrer habituellen
Überzeugungen, Werte und Zielsetzungen. Entscheidungen, Handlungen und
gesellschaftliche Wechselwirkungs-Prozesse wiederum verdanken den so
bestimmten Habitualitäten die Bestimmtheit ihre geistigen Wirklichkeit
und Wirksamkeit. Wer hinter dieser Konzeption außer den
phänomenologischen Bausteinen ein kantianisierendes Gerüst vermutet,
hat richtig geraten.


--
Vrije Universiteit Amsterdam
http://www.wijsbegeerte.vu.nl/betti

maandag 10 maart 2008

Teksten Studiedag 12 juni 2008 in Nijmegen over Fenomenologische Instelling

Teksten Studiedag 12 juni 2008 in Nijmegen over Fenomenologische Instelling

Op deze dag zullen Peter Reynaert (Antwerpen) en Chris Bremmers (Nijmegen) een inleiding verzorgen over de fenomenologische instelling bij resp. Husserl en Heidegger. Zij zullen zich bij die inleiding concentreren op een kerntekst, die elke deelnemer dient te hebben gelezen. Daarnaast hebben zij nog andere in hun ogen belangrijke tekstgedeelten geselecteerd, die eveneens hieronder worden aangegeven.


Peter Reynaart: Edmund Husserl

Kerntekst:

1. Ideen zu einer reinen Phänomenologie und phänomenologischen Philosophie, eerste boek, Husserliana volume 3,1. Zweiter Abschnitt: Die Phänomenologische Fundamentalbetrachtung; hoofdstuk 1: Die Thesis der natürlichen Einstellung und ihre Ausschaltung: §§ 27-32, pp. 56-66; verder uit hoofdstuk 3 over de fenomenologische instelling: §§ 49-51, pp. 103-110. Dat is samen een kleine 20 pagina's.

Overige teksten:

2. Ideen zu einer reinen Phänomenologie und phänomenologischen Philosophie, eerste boek, Husserliana 3,1: §§ 27-63, pp. 56-134. De fameuze Phänomenologische Fundamentalbetrachtung. Speciale aandacht voor a: §§ 27-32, pp. 56-66; b: §§ 49-51, pp. 103-110; c: §§ 56-62, pp. 122-134.

3. Freiburger Antrittsvorlesung: Die reine Phänomenologie, ihr Forschungsgebiet und ihre Methode, in: Aufsätze und Vorträge, Husserliana 25, pp. 68-81.

4. Cartesianische Meditationen, Husserliana 1, §§7-15, pp. 57-75.

5. Die Krisis..., Husserliana 6, §§ 35-50, pp. 138-176. Speciale aandacht voor §§ 39-43, pp. 151-158.



Chris Bremmers: Martin Heidegger

Kerntekst:

1. Die idee der Philosophie und das Weltanschauunungsproblem, Kriegsnotsemester 1919. Zweiter Teil: Phänomenologie als vortheoretische Urwissenschaft. Erstes Kapitel. Analyse der Erlebnisstruktur, pp. 63-76.

Overige teksten:

2. Die Grundprobleme der Phänomenologie (GA 24). Einleitung. § 5. Der methodische charakter der Ontologie. Die drei Grundstücke der phänomenologischen methode, pp. 26-33.

3. Beiträge zur Philosophie’ (GA 65). §§ 90-192 .Vom Dasein en § 255 Die Kehre im Ereignis. pp. 310-312 en 407-409.

4. Das ende der Philosophie und die Aufgabe des Denkens (in: Zur Sache des Denkens. GA 14), pp. 69-102.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Chris Bremmers licht het thema van de dag en zijn bijdrage als volgt nader toe:

Fenomenologische ‘instelling’ bij Heidegger

Fenomenologie is per se verbonden met een bepaalde ‘instelling’ ten opzichte van een gangbare verhouding tot de werkelijkheid (‘natuurlijke instelling’) en daardoor met aandacht voor een bepaalde ‘zaak’ die globaal kan worden aangeduid als ‘het fenomenale’. Dat laatste vormt het originaire, kritische en maatgevende referentiepunt, impliciet voor de ‘natuurlijke’, expliciet voor de ‘fenomenologische’ instelling.
De ‘instelling’ maakt aldus deel uit van een ‘methode’, de weg waarlangs de zaak pas in het geding komt, zich laat thematiseren en tot zijn recht kan komen. Deze methode wordt getekend door een meervoudige ‘reductie’: een herleiding van de ‘natuurlijke instelling’ tot een instelling waardoor de dimensie van het fenomenale tot klaarblijkelijkheid kan worden gebracht. De reductie betekent evenwel ook dat de fenomenaliteit opnieuw wordt verbonden met de levensinteresse en leefwereld en daarin aldus een radicalisering en intensivering doorvoert.

In mijn inleiding zal ik dit drievoudige aspect (instelling, methode, reductie) bij Heidegger thematiseren. In overeenstemming met het karakter van Heideggers’ denken, zal ik in plaats van fenomenologische ‘instelling’ spreken van fenomenologische interesse. Ik zal die naar enkele grondtrekken bespreken aan de hand van enkele sleutelteksten uit verschillende perioden van Heideggers denken (1919, 1927, 1936 en 1964). De sequentie van teksten maakt een zekere ‘trouw aan de zaak zelf’ duidelijk, maar ook een beproevende radicalisering en intensivering van de fenomenologische interesse. Het focus daarbij blijft primair gericht op de zaak die daarbij in het geding is: het fenomenale.

Fenomenologische interesse als ‘zijnsinteresse’: ‘Gibt es das ‘es gibt’? – ‘es ereignet sich und ich ereigne es mir’ (1919) > mondt uit in het ‘erzijn’ als ‘eigenlijke historiciteit’ van ‘Sein und Zeit’.
Tekst: ‘Zur Bestimmung der Philosophie’ (GA 56/57). Zweiter Teil. Phänomenologie als vortheoretische Urwissenschaft. K. 1. Analyse der Erlebnisstruktur. p. 63-76
1. Fenomenologische interesse, waarheid als onverborgenheid en ontologische differentie: ‘Reduktion, Konstruktion, Destruktion’ (1927) > de uitwerking van de idee van ‘eigenlijke historiciteit’ op ontologisch-fenomenologisch niveau als articulatie van ‘Seinsgeschichte’ (transcendentaal-historische waarheid)
Tekst: ‘Die Grundprobleme der Phänomenologie’ (GA 24). Einleitung. § 5. Der methodische charakter der Ontologie. Die drei Grundstücke der phänomenologischen methode’. p. 26-33
2. Fenomenologische interesse, ‘Ereignis’ en ‘Kehre’ (vgl. 1) (1936) > de idee van de ‘transcendentaal-historische waarheid’ impliceert de gebeurtenis van on-verborgenheid in ‘de gangbare geschiedenis van de waarheid’ als de instelling van het ‘er zijn’ zelf (‘Ereignis’) in functie van ‘wat’ zich in de ont-sluiting van on-verborgenheid zo toekeert dat het zich laat bewaren en bergen (de ‘Kehre’)
Tekst: ‘Beiträge zur Philosophie’ (GA 65). §§ 90-192 ‘Vom Dasein’ en § 255 ‘Die Kehre im Ereignis’. p. 310-312 en 407-409
3. Fenomenologische interesse, ‘Ereignis’ en ‘Lichtung’ (1936 >1964) > de gebeurtenis van waarheid in de werkelijkheid en daarmee in het ‘er zijn’ impliceert ‘atijd al’ de speling en opening van het ‘zijn als on-verborgenheid (van het zijnde) in het zijnde’ als ‘er’ zijnde. Het einde van de filosofie brengt de taak met zich mee om opnieuw de fenomenologie als mogelijkheid op te nemen.
Tekst: ‘Das ende der Philosophie und die Aufgabe des Denkens’ (in: ‘Zur Sache des Denkens’. GA 14), p. 69-102

dinsdag 4 maart 2008

Dresden Conferentie "Europeïsche Menschenbilder"

Klik voor PDF

Call for Papers

Corporeity and Affectivity
Conference in celebration of Maurice Merleau-Ponty 100th birthday (1908–1961)
Fifth Central and Eastern European Conference on Phenomenology
28 September – 2 October 2008, Prague


Call for Papers

Application (short message including name, institution, preliminary title of the paper) to be sent by e-mail until March 15, 2008 to following addresses:
novotnykcz@yahoo.de
merleau_prague08@yahoo.com


PROJECT

In an article written in 1959, in commemoration of Husserl’s 100th anniversary, Merleau-Ponty writes that “with regard to a philosopher whose venture has awakened so many echoes, and at such an apparent distance from the point where he himself stood, any commemoration is also a betrayal” (“The Philosopher and His Shadow”). These words, however, are not meant to prevent us from commemorating a philosopher and his work. Quite the contrary, for Merleau-Ponty this “betrayal” seems to have a positive meaning. In fact it means that, in order to do justice to a philosopher’s work we should not – or perhaps, we could not – merely repeat it. To keep the work of thought alive we should trace and conjure up its “unthoughts”, and the greater the work of a philosopher, the richer the unthought elements in that work. Commemorating Merleau-Ponty’s 100th day of birth in 2008, nearly 50 years after his dead, his work is still alive. Not because his work was unfinished by his sudden death, but because his work was meant to be open and interrogative and thus not to be closed off, it left us with many elements yet to think. This conference aims at bringing into play the topicality of this work with respect to various debates in contemporary philosophy.
Merleau-Ponty (1908–1961) is one of the most important phenomenologists of the 20th century. As one of the main representatives of French phenomenology he has essentially contributed to the further development of phenomenological philosophy founded by Edmund Husserl. Moreover, his phenomenology has not only influenced the phenomenological research but has had also a very strong impact on other sciences. As such Merleau-Ponty has become one of the most fruitful philosophical resources for contemporary modern thinking.
Along with Merleau-Ponty, phenomenology has turned from transcendental to existential phenomenology. His emphasis on embodiment and lived experience represents one of the most important developments in phenomenological philosophy. His focus on embodied existence has opened space for extensive phenomenological analysis on human existence in its embodied being. Moreover, the body has become a means of our being to the world. As such, it is no longer a hindrance of our being but constitutive for our being. As much as Merleau-Ponty has illuminated the existential role of the body, he has also contributed to the philosophical rehabilitation of the sensible. Sense perception no longer is a mere corporeal function but is itself characterized by rationality. It is here that affectivity comes into play as a serious and important philosophical category. As a form of sensibility, affectivity – the ability of being affected – has become a key-concept of the characterization of human existence.
Merleau-Ponty’s phenomenology is characterized by a great openness to other sciences and the arts. From the very beginning he has devoted his attention to the natural sciences as well as to cultural studies, psychoanalysis, politics, the arts and other fields. It is this specific trans-disciplinary interest that made his phenomenology attractive to other sciences and researchers up to now. For this reason, his phenomenology undoubtedly stands for a key-figure for contemporary modern thinking.
The conference is not only dedicated to Merleau-Ponty’s phenomenology. Apart from his individual contribution to phenomenology, the conference also wants to address the great influence of his phenomenology to other phenomenological research. In particular, it wants to illuminate the issue of corporeality and affectivity – key-terms of Merleau-Ponty’s phenomenology – in the world-wide field of contemporary phenomenological research.


Sections

Phenomenology in Transition

• Phenomenological Ontology in German and French Tradition
• Affectivity and Giveness as Conditions of the Ontology
• Fantasy and Imagination
• Rehabilitation of the Sensible
• Phenomenology of Language

Phenomenology and Technology of Life and Nature

• Phenomenology and Philosophy of Nature
• Hermeneutics of Lived Being
• Between Phenomenology and Cognitive Science
• Cognition and Perception
• Body and Internal Time Consciousness
• Constitution of the Lived Space

Phenomenology and Humanities

I. Merleau-Ponty and Psychoanalysis
• Phenomenology and the Unconscious
• Phenomenological Psychopathology
• Self and Other
II. Philosophy and Arts
• Painting and Perception
• Phenomenology and Literary Writing
• Corporeity and Scenic Dramatization

III. Phenomenology and Anthropology
• Institution in History and Politics
• Phenomenology of Sexuality
• Phenomenology of Love and Pain


Paper Submission

Please submit full paper writing samples for one of the above mentioned sections. Submitted writing samples of approximately 6 pages should have no more than 1800 words typewritten and double-spaced. For the publication in the proceedings of the conference, the paper may be extended up to 15 pages. At the conference, speakers will have 20 minutes for presentation, 20 minutes for discussion. Both paper copy and electronic version are kindly requested. Submissions should be addressed to the Conference Organizer (see below). Please, indicate a) the language of the paper, and b) the preferred section. The Conference Organizers (Organization Committee) reserve the right to accept or not accept papers in the basis of criteria of quality and the availability of the sections.


Deadline for Paper Submission

Deadline for contributed papers is June 30, 2008. Paper proposals received after this deadline will not be accepted.

Decisions and Conference Expenses

The authors of the accepted papers are to be informed by e-mail by July 31, 2008. Hotel and meals for them (speakers on the conference or active participants) during the conference as well as the part of their travel expenses are to be paid by the partners of the conference. Other participants have to pay a conference fee (the amount is to be announced July 31, 2008, too) in order to get the same hotels and meals as the active participants.

Conference Language
Conference languages will be: French, German, English. Full paper writing samples can be submitted in one of these languages.


Scientific Board of the conference:
• Jan Sokol – Charles University in Prague
• Bernhard Waldenfels – Ruhr Universität Bochum
• László Tengelyi – Bergische Universität Wuppertal
• Hans Rainer Sepp – Eugen Fink Archiv Freiburg/ Charles University in Prague
• Alexej Chernjakov – University of St. Petersburg
• Dean Komel – University of Ljubljana
• Ion Copoeru – University of Cluj-Napoca


Confirmed invited plenary speakers:
Mauro Carbone, Lester Embree, Helen Fielding, Shaun Gallagher, Dimitri Ginev, Jean-Christophe Goddard, Sara Heinämaa, Kwok-Ying LAU, James Mensch, Marc Richir, Pierre Rodrigo, Hugh J. Silverman, László Tengelyi, Bernhard Waldenfels, Dan Zahavi

Organization Committee:
• Karel Novotný - Faculty of Humanities of the Charles University in Prague / Erasmus Master Mundus “EuroPhilosophie”
• Alice Kliková - Faculty of Science of the Charles University in Prague
• Silvia Stoller - Gruppe Phänomenologie, Wien / University of Vienna
• Jenny Slatman - University of Tilburg
• Petr Kouba - Institute of Philosophy, Academy of Sciences of Czech Republic
• Josef Fulka - Faculty of Humanities of the Charles University Prague


Conference Organizer

Karel Novotný PhD
Vice-Dean for Science and Research
Faculty of Humanities of the Charles University in Prague
Fakulta humanitních studií Univerzity Karlovy v Praze
Address:
U Kříže 8
15800 Prague 5
Czech Republic
www.fhs.cuni.cz
Phone: 00420-251080331
Fax: 00420-251080611

E-Mail: novotnykcz@yahoo.de
merleau_prague08@yahoo.com